Het Museum van het Oude Nabije Oosten is samen met prestigieuze collega's als het Louvre en het British Museum een van de belangrijkste instellingen ter wereld voor antieke voorwerpen uit het Nabije Oosten. Met een oppervlakte van 2.000 vierkante meter voert de collectie oudheden bezoekers 6.000 jaar terug in de tijd naar een rijk vol cultuur, geschiedenis en kunst.
In de zuidelijke vleugel van het Pergamonmuseum zijn 14 zalen gewijd aan deze enorme, uitgebreide collectie architectuurstukken, reliëfs en kleinere voorwerpen. De meeste zijn ontdekt door Duitse archeologen en internationaal gezien van historisch belang. De artefacten, voornamelijk afkomstig uit Sumerische, Babylonische, Assyrische en Noord-Syrische/Oost-Anatolische gebieden, werpen licht op de gebieden waar nu Irak, Syrië en Turkije zijn.
De Babylonische Zaal herbergt een groot aantal bezienswaardigheden, waarvan de iconische processieweg, de Isjtarpoort en de gevel van de troonzaal van koning Nebukadnezar II de bekendste zijn. Leeuwen, stieren en draken sieren de muren en stellen de belangrijkste goden van Babylon voor.
Tot de belangrijkste bezienswaardigheden in de Babylonische Zaal behoren het model van de Toren van Babel, die was gewijd aan Marduk, de oppergod van de stad, en een kopie van de beroemde stèle met de wetten van koning Hammurapi.